Water en zout veroorzaken de meeste schade aan gebouwen. Vochtig metselwerk bedreigt niet alleen de staat van gebouwen, maar ook de gezondheid van de bewoners. Hygiënische belastingen als schimmelvorming kunnen zo ontstaan. Onder andere grote energieverliezen zijn het gevolg. Waar mensen wonen en werken moeten muren en kelders droog en dicht zijn. Afgezien van defecte waterleidingen, lekkage e.d., kan schade door vocht en/of water het resultaat zijn van de volgende oorzaken:
- Regen- en spatwaterbelasting: vocht dringt door in het metselwerk in verband met het ontbreken van afdichting of door een slechte afdichting.
- Hygroscopisch vocht: zouten in muren hebben de eigenschap vocht uit de lucht en de omgeving op te nemen en dit in het bouwmateriaal op te slaan.
- Condens: koude wanden en muren kunnen het gevolg zijn van een koudebrug.
- Vanaf buiten indringend vocht: vocht kan naar binnen dringen door het ontbreken van buitenafdichting of door een defecte buitenafdichting in het metselwerk en/of vloer.
- Optrekkend vocht: vocht trekt bij het ontbreken van een horizontale afdichting en/of slechte afdichting van het metselwerk via de capillairen naar boven.
Meer informatie over optrekkend vocht?
Condensvorming
Om condensvorming tegen te gaan behoort er een deugdelijke ventilatie in de kelder of andere ruimte(n) aanwezig te zijn. Onze afdichting werkt alleen wanneer er voldoende wordt geventileerd in de kelder of andere ruimte(n) waar onze afdichtingsproducten zijn aangebracht. Na uitvoering van de benodigde werkzaamheden is het van groot belang de kelder of andere ruimten(n) te ventileren. Ventileren betekent het creëren van een luchtstroom. Warme lucht kan meer vocht bevatten dan koude lucht. Warme lucht met vocht dient derhalve weg geventileerd te worden. Zo raakt men de condens kwijt.
Zoutvorming
Zouten zijn aanwezig in grond en bouwmaterialen. Zouten worden meegevoerd met vocht. Vocht kan verdampen, zout kan niet verdampen en blijft achter in of op de constructie.




